zondag 1 mei 2011

Nieuw omslagontwerp voor Heschel


In 2005 verscheen een nieuwe druk van dit klassieke boek over de filosofie van het jodendom. Die was gebaseerd op een in 1985 verschenen uitgave in de vertaling van H. de Bie. In principe is daar geen verandering in aangebracht, maar wel is de redactie van de tekst aangepast aan eigentijdse lezers. Woorden zijn vervangen, moeilijke woorden worden toegelicht, zinnen zijn anders geformuleerd. In de voetnoten zijn ook veranderingen aangebracht, niet meer actuele verwijzingen zijn weggelaten, actuele toegevoegd. Ook de typografie is veranderd: tussenkopjes, kopregels en hoofdstuktitels komen nu meer naar voren. Er zijn een register, een essay over Heschels fenomenologische methode en kleine afbeeldingen toegevoegd. Zo is het boek voor lezers van deze tijd aangepast, terwijl dit standaardwerk van joodse rationele spiritualiteit in zijn waarde is gelaten. Heschel herschept het joodse geloof in een spirituele zienswijze. Wie vastloopt in het wat theoretische eerste hoofdstuk, moet maar verder gaan met het tweede. Dan zal dit uiterst waardevolle boek geen problemen meer opleveren. Eventueel kan men deze uitgave als dagboek gebruiken door elke dag een stukje te lezen en te overdenken. Het boek kan de religiositeit van joodse en christelijke lezers verdiepen en verrijken.
(NBD|Biblion)


3 opmerkingen:

  1. Heschels fenomenologische methode

    Gevormd door zijn chassidische opvoeding stapt Abraham Heschel de Duitse academische wereld in. Het contrast is groot tussen het joodse leven van zijn jeugd en de culturele en intellectuele wereld waarin Bijbel en jodendom amper een rol spelen. Juist in die seculiere wereld houdt hij vast aan zijn bezieling en gaat hij zijn eigen weg. Hij wil aantonen dat God de primaire realiteit is waaruit al het andere voortkomt en geen postulaat is van de praktische rede. God is geen symbool maar de Levende, en godskennis is zeker wel mogelijk. Want God spreekt en openbaart zich, en die openbaring bemiddelt een manier van denken waarin gerechtigheid centraal staat. Dat is wat Heschel in de academische wereld naar voren wil brengen en daarvoor is het gangbare neo-kantiaanse denken niet geschikt.
    Heschel vindt een geschikte methode in de fenomenologie van Husserl want deze op het bewustzijn gerichte denkmethode is – in tegenstelling tot het kantiaanse denken – wel in staat om voorbij de eigen categorieën bij de werkelijkheid te komen. Het bewustzijn wordt namelijk gezien als intentioneel. Het is altijd gericht op iets, het is altijd bewustzijn van iets. Dat iets, dat fenomeen staat centraal. Het gaat er niet om dat als het ware te grijpen en onder te brengen in aan het fenomeen vreemde categorieën. Het gaat om dat fenomeen zelf, in zijn eigenheid. Het denken neemt de objecten niet in bezit om daar vervolgens allerlei denkexercities op uit te voeren. Dat levert geen kennis op van de zaak zelf. Kennis komt alleen tot stand door bewustzijn van de zaak zelf. Hier wordt het woord verstehen voor gebruikt. Het gaat hier om twee aspecten: ten eerste de intentionaliteit van het bewustzijn en ten tweede het denken of kennen als onmiddellijk bewustzijn, als ‘verstehen’, verstaan, concreet aan tijd en de relatie tussen God en mens verbonden.
    Op fenomenologische wijze onderzoekt hij het profetische bewustzijn. Wat ervoeren de profeten? Wat gebeurt er met de profeten? De aanspraak is in elk geval dat hun inspiratie van God komt. Zij hebben dus een bewustzijn van God, en omdat het bewustzijn intentioneel is, is daar werkelijk contact met God. Wanneer we ons richten op het bewustzijn van de profeet op dat moment, krijgen we zicht op God. Zo is de fenomenologie bruikbaar door de intentionaliteit: deze waarborgt de realiteit van het openbaringsgebeuren.
    Voor Heschel gaat openbaring over de relatie tussen God en de wereld en niet over het wezen van God zelf. Er wordt geen abstracte kennis of eeuwige waarheid overgebracht. We leren van de profeet alleen Gods wil en zijn houding tegenover de wereld zoals die zich dan manifesteert. Deze opvatting van kennis als concreet en relationeel maakt de fenomenologische methode bruikbaar en aantrekkelijk voor Heschel. Ze past bij de levende en concrete theologische inhoud.
    Bij Heschel gaat het dus niet om God op zich want zijn wezen is onkenbaar. Vragen naar Gods wezen is een Griekse manier van denken. Daar kan die vraag alleen door abstracte speculatie worden beantwoord. Dan is echter God niet meer de Levende, maar is hij als object ondergebracht in ons denksysteem, ondergeschikt aan onze metafysische aannames. Deze manier van denken over God vormt Heschels front. Want God is geen object van abstract en speculatief denken. God is altijd Subject. Heschel vraagt ook niet hoe God is, maar wat hij doet.
    De filosofische coherentie en consistentie van Heschels werk ligt in de fenomenologie dat de achtergrond van al zijn (diepte-) theologische en filosofische werk vormt.

    Bronnen:
    C. Constandse: De terugkeer tot de hartstocht voor God in De terugkeer van de mens, Sliedrecht 2004 Lawrence Perlman: Heschel’s Idea of Revelation, Atlanta 1989

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Heschel's next major book, God In Search of Man (1955), contains the most significant statement of his thought and shows Heschel as the theologian he basically was. Man Is Not Alone was subtitled A Philosophy of Revelation, but the subtitle of God In Search of Man is A Philosophy of Judaism. He calls his method here 'depth theology', by which he means confrontation of the most basic human questions that religion addresses rather than the presentation of a dogmatic system. Following the fundamental assumption of phenomenology that all thought is about something other than itself, that thought is reflective not self-creative,
    Heschel presents the key doctrines and norms of classical Judaism as Israel's way of orienting itself towards God. Thus, in discussing the relations between Jewish law (halakhah) and reflection (aggadah), he argued, too many traditionalists see the law as an end in itself and adopt what Heschel called 'religious behaviourism'. They fail to realize that the religious obligations are part of the human response to the revelation of the transcendent God.
    Too many liberals, by contrast, see the Law as something arbitrary, to be supplanted in large part by inner religious attitudes. In a striking variation of Kant's famous dictum, Heschel writes: 'Halakha without aggada is dead, aggada without halakha is wild' (see Halakhah). Throughout his career, Heschel portrayed Judaism as a complex of transcendent intent with immanent content. The categories he developed in God In Search of Man have lent themselves to a wide range of applications by later Jewish thinkers.

    During his lifetime, Heschel was often described and sometimes dismissed as a mystic. If this means someone who claims to have unusual personal experience of the divine, then calling Heschel a mystic is empty and misleading. But Heschel certainly was influenced by the esoteric Jewish tradition of Kabbalah (see Kabbalah). He incorporated in his mature outlook much of the Kabbalah he learned in his youth, especially the Hasidic versions of it that stressed the human experience of the intimate presence of God, more than the esoteric theosophy of the earlier Kabbalah (see Hasidism). Although in his adult life he was no longer a Hasid in the strict sense of the word,
    Heschel was always deeply beholden to his spiritual roots. Indeed, his last book was the closest he came to returning to that world. It was a study, in Yiddish, his first spoken and literary language, of the thought of the outspoken nineteenth-century Hasidic master Rabbi Menachem Mendel of Kotsk.

    One fundamental Kabbalistic idea that played a key role in Heschel's thought is that of 'divine needs': God not only wills that there be a world, he actually desires it and wants an ongoing relationship with it, as is manifest in the history of the people of Israel. The ultimate source of this divine need is a mystery beyond human ken, but it is the basis of God's reaching out to create.
    Thus humanity's response to God (through keeping the commandments of the Torah) answers not just to human needs but to those of God. Heschel's recourse to this classic Kabbalistic theme (see Nahmanides) allows him to offer insightful and spiritually moving explanations of many Jewish practices that some liberals found merely bizarre and that many traditionalists simply accept with a dulling kind of positivism.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. NBC/Biblion/Picarta:

    In 2005 verscheen een nieuwe druk van dit klassieke boek over de filosofie van het jodendom. Die was gebaseerd op een in 1985 verschenen uitgave in de vertaling van H. de Bie. In principe is daar geen verandering in aangebracht, maar wel is de redactie van de tekst aangepast aan eigentijdse lezers.
    Woorden zijn vervangen, moeilijke woorden worden toegelicht, zinnen zijn anders geformuleerd. In de voetnoten zijn ook veranderingen aangebracht, niet meer actuele verwijzingen zijn weggelaten, actuele toegevoegd. Ook de typografie is veranderd, het nu gekozen lettertype is beter leesbaar. Er zijn kleine afbeeldingen toegevoegd.
    Zo is het boek voor lezers van deze tijd aangepast, terwijl dit standaardwerk van joodse rationele spiritualiteit in zijn waarde is gelaten. Heschel herschept religie in een spirituele zienswijze.
    Wie vastloopt in het wat theoretische eerste hoofdstuk, moet maar verder gaan met het tweede. Dan zal dit uiterst waardevolle boek geen problemen meer opleveren. Het boek kan de religiositeit van joodse en christelijke lezers verdiepen en verrijken.

    BeantwoordenVerwijderen