donderdag 3 mei 2012

Rudolf Otto Biografie

Het kwetsbare leven van de liberale politicus en theoloog, filosoof en godsdienstkenner in het fin de siècle en interbellum.






Vijfenzeventig jaar geleden overleed Rudolf Otto na een dramatische val van de toren van Stauffenberg. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door een tropische ziekte, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een gewelddadig einde aan het bewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.

We maken kennis met hoogbegaafde jonge Rudolf die, kampend met concentratieproblemen en zoekend naar 'de waarheid', de eerste jaren van zijn studie 'verdoet' met bijvakken als muziek- en kunstgeschiedenis, om uiteindelijk, na een 'vriendelijk advies' van zijn notoir anti-semitische professor Oriëntaalse talen in Göttingen De Lagarde, zich te concentreren op de examenvakken filosofie en godgeleerdheid. In een openhartige 'smeekbrief' vraagt hij toestemming om op korte termijn examen te mogen doen. Zeven jaar later promoveert hij en wordt privaatdocent.

Een productieve tijd breekt aan. Otto verzorgt een uitgave naar de eerste druk van Friedrich Schleiermachers beroemde 'Redevoeringen over de religie' dat honderd jaar eerder was verschenen als reactie op de rationalistische tendensen van zijn tijd.

Otto maakt in die tijd kennis met de historicus en latere Nobelprijswinnaar Nathan Søderblom aan wie hij altijd schatplichtig zal blijven. De kritisch-historische en godsdienstwetenschappelijke houding van Otto brengt hem in conflict met de Kerk en is een obstakel voor zijn academische carrière. Filosofie en natuurkunde staan in het middelpunt van Otto's belangstelling. Hij vertaalt, onder pseudoniem, natuurkundige werken. De tegenwerking die Otto ondervond door zijn eigenzinnige houding leiden tot een persoonlijke crisis. Het is Ernst Troeltsch die hem voorhoudt vooral zichzelf te blijven, niet in paniek te raken en door te gaan doen wat hij zelf belangrijk vindt.
In 1917 publiceert Otto Das Heilige, het boek dat hem in een klap wereldberoemd maakt. Zijn college's worden drukbezocht, om de paar maanden verschijnt er een nieuwe druk en de Engelse vertaling wordt juichend ontvangen.

Met de aanstelling van Rudolf Bultmann en Martin Heidegger verschoof de belangstelling voor de liberaal-systematische theologie naar de dialectische richting. De studenten verlieten Otto en een paar jaar later ging Otto teleurgesteld met vervroegd emeritaat.

In zijn laatste levensjaren hield Otto zich vooral bezig met ethische kwesties. Hoewel Rudolf Otto vele mensen ontmoette, leidde hij een eenzaam leven, zijn kleine hond was zijn enige metgezel op zijn wandelingen; de ernst nam met de jaren toe. Zijn zwakke gezondheid en de malaria sloopten zijn gestel. De zelfmoord van zijn joodse vriend Hermann Jacobsohn, als gevolg van de politieke ontwikkelingen in Duitsland, had hem diep getroffen, temeer omdat hij niet in staat was Jacobsohns zoon te adopteren.
In oktober 1936 viel hij van een toren in Stauffenberg in de omgeving van Marburg. Over de omstandigheden is weinig bekend. Zijn zuster Johanne Ottmer schreef in december: 'Rudolf heeft veel hoofdpijn, zodat hij vaak moeite heeft om samenhangend te denken; depressies zijn ook weer komen opzetten... Hij huilt vaker.'

Na een verdrietig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis stierf hij, lichamelijk en geestelijk uitgeput, op 6 maart 1937 aan een longontsteking. Zijn dodenmasker, afgenomen door de beeldhouwer Reinhard Paffrath in Marburg, ademt een weidse vrede, een stille verhevenheid. Ook zijn graf, hoog op de berg, vanwaar men ver uitziet, is passend voor deze persoon, wiens geest boven het aardse uitrees.

ISBN 9789079133079

Daniël Mok schreef de inleiding bij de Nederlandse vertaling van Rudolf Otto's boek De genadereligie van India.
'De uitgever heeft het boek bewonderenswaardig verzorgd door er met grote kennis van zaken geschreven inleidingen, nawoorden en aantekeningen alsmede citaten van Otto aan toe te voegen. Een subliem boekje dus, waardoor velen zich kunnen laten verrijken.'
Daarnaast stelde hij de bundel Een wijze uit het westen samen.
'Daniël Mok stelde een bloemlezing samen met tientallen teksten over Otto's boek van de hand van denkers, wijzen en literaire auteurs - een ware goudmijn. Mok opent met een biografie van Otto en een overzicht van diens godsdienstwetenschappelijk werk.'

De hier genoemde biografie is in deze uitgave verder uitgewerkt. In Marburg am Lahn – zittend achter het bureau van Rudolf Otto, onder zijn portret dat thans het omslag van deze uitgave siert, en tussen Otto's bibliotheek – deed Daniël Mok zijn bronnenonderzoek. Dank is verschuldigd aan Renate Stegerhoff van het Rudolf Otto Archief voor haar welwillende medewerking.

2 opmerkingen:

  1. De biografische notitie was eigenlijk bedoeld voor onze nieuwe druk van Het heilige die binnenkort van de persen rolt.
    Het heilige is een boek dat nooit af is. Otto bleef ook sleutelen en aanvullen en er is nooit onderzoek gedaan naar de verschillen van dit best verkochte theologische boek ooit.
    Enfin, aan het einde van de rit had ik een inleiding van 64 pagina's. Teveel voor een inleidende notitie en te weinig voor een boekje.
    Hoe dan ook, er is nu een biografie en daar ben ik best wel trots op. Voor Het heilige heb ik de tekst teruggebracht tot 17 blz.

    Het werk aan Hh heeft de andere projecten vertraagd. Mayer is inmiddels vertaald en met Von Stuckrad hoop ik snel te kunnen beginnen, de vertaler was niet in een conditie om druk te zetten maar het zal toch met Husserl volgend jaar wel moeten verschijnen.

    Nu James: de vertaling is allang klaar. De bedoeling was om ook het verhaal van Stevenson dat James zo hartelijk aanbeveelt aan het einde van zijn betoog op te nemen. Zo'n literaire vertaling bleek toch wel andere koek. Ik moet dus beslissen: met of zonder. Verder speelt ook de verkoopbaarheid een rol. Varieties loopt gestaag door maar The will niet.
    Hetzelfde met Otto: misschien is Genadereligie wel zijn beste boek... In elk geval een bijzonder boek. Het geeft eigenlijk de empirische onderbouwing van zijn wat meer theoretische hoofdwerk en het verkoopt van geen meter.

    Wat ik kan doen is mijn principes verloochenen en het boek als zg. POD uitbrengen. De kwaliteit is inmiddels zodanig dat 'niemand het verschil ziet'. Het gebeurt meer dan je denkt dat je een gedrukt boek bestelt en een POD krijgt. Ik heb ook geen levensveranderende ervaring meegemaakt die deze omslag naar andere tijden in een oogwenk bewerkstelligt.
    Ik moet maar wennen aan het idee.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. 'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937).
    Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd.
    Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'.
    Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.'

    NBC/Biblion, Leidschendam


    'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid.
    Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger.
    Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn.
    De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.'
    Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond.

    Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)

    BeantwoordenVerwijderen