maandag 29 augustus 2011

Rudolf Otto: Het heilige, 4e druk


Verwachte verschijningsdatum: zomer 2012

2 opmerkingen:

  1. Rudolf Otto over dat wat heilig is

    Wanneer we ons verdiepen in de vraag wat de kern van alle religie is, dan komen we terecht bij de in deze alom bekende hoogleraar theologie en godsdienstwetenschap Rudolf Otto, die leefde van 1869 tot 1937. Otto geldt nog steeds als vermaard wetenschapper binnen het vakgebied van de theologie, zo stelt de filosoof Edwin Koster. In het boek Denkers en religie bespreekt Koster de betekenis van deze theoloog.

    Als Otto in 1917 oog in oog staat met de Egyptische piramiden spreekt hij van gevoelens voor het verhevene en bij de confrontatie met het majestueuze beeld van Ramses van een besef van nietigheid, daarmee twee kenmerken noemend van het religieuze gevoel. Otto komt tot de conclusie dat het bij religie niet alleen gaat om beweringen met een cognitief/ verstandelijk gehalte, maar dat religie ook verbonden is met zaken als intuïtie en gevoel. Daarom moet religie ook onderscheiden worden van wetenschap en moraal.

    Otto's visie op het heilige culmineert in zijn overbekende boek: Het heilige. Daarin concludeert Otto dat de kern van religie bestaat uit de categorie van het heilige. Daarbij gaat het niet over het volmaakt goede in ethische zin of het zuiver absolute in rationele zin. Het heeft wel met het moreel volmaakte en het zuiver rationele te maken, maar het gaat nog veel meer om het onzegbare dat voor ons begripsmatige denken geheel ontoegankelijk is: het numineuze. Het numineuze kan niet worden uitgedrukt in gewone taal. Het is slechts aanwijsbaar. Otto spreekt van het mysterium tremendum: de aanwezigheid van een huiveringwekkend geheimnis, waardoor we gevoelens van huiver, van nietigheid en kleinheid ervaren alsook een gevoel weggevaagd te kunnen worden door de energetische nauwelijks te verdragen kracht van dat numineuze. De filosoof Pascal sprak daarover van de ervaring zich te voelen als een "bevend riet".

    Naast dat huiveringwekkende karakter van het heilige, fascineert het ook, zegt Otto. Het heeft óók een enorme aantrekkingskracht op ons. Daarom spreekt Otto van het mysterium tremendum et fascinans. Het mysterie doet ons niet alleen soms griezelen en beven, maar kan ons ook fascineren, in betovering gevangen houden, ons meeslepen en tot een roes voortjagen, zo legt de filosoof Koster ons uit. Otto zegt dat het huiveringwekkende en het betoverende aspect van het Heilige in een harmonieuze relatie met elkaar behoren te staan.

    Diep verborgen bron.
    Zoals de filosoof Kant stelt dat al onze kennis weliswaar met de ervaring begint, maar daar niet uit ontspringt, zo stelt Otto dat het numineuze door wat wij ervaren aan het licht komt, maar daar niet uit voortkomt. Het numineuze, zegt Otto, breekt door uit de diepste, verborgen lagen van het gemoed. Daar ligt een zelfstandige bron waar religieuze voorstellingen en gevoelens worden geproduceerd. Koster vervolgt dat Otto stelt dat het numineuze alleen als numineus beleefd kan worden doordat de mens beschikt over een verborgen bron die door ervaringen geactiveerd kan worden. Het gaat daarbij om een vermogen tot intuïtief verstaan dat ons het Heilige doet ervaren. Het is dus tegen de richting van de moderniteit in dat Otto appelleert aan een intuïtief vermogen om het numineuze te ervaren. Het is bijzonder, besluit Koster dan ook , dat iemand in een wereld die door de moderne wetenschappen is onttoverd, het waagt om aandacht te vragen voor de irrationele momenten in religie. Dat maakt deze theoloog nog steeds interessant, zegt hij.


    Bron: Edwin Koster (2005), 'In betovering gevangen? Over verhaal en rationaliteit, religie en irrationaliteit'; In: Denkers en Religie (2010).Veen Magazines. Hoofdstuk 11.pp.165 e.v.
    Edwin Koster is universitair docent wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.


    Met dank aan Hans Pijnaker.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Biblion/NBC bij de 4e druk 2012

    Samenvatting:
    Klassieke studie van de Duitse theoloog (1869-1937), waarin godsdienst en religie op zeer originele wijze worden benaderd als 'een mysterie dat doet huiveren en tegelijk ook fascineert'.

    Recensie:
    Deze volledig herziene druk van het beroemde boek uit 1917 van de Duitse theoloog (1869-1937) is een aanmerkelijke verbetering van de vorige. De oorspronkelijke tekst werd hersteld, waardoor hij veel duidelijker werd. Otto's eerder in de tekst opgenomen noten staan nu weer onderaan de pagina's. Ook de vertaling is geheel herzien.
    Aan het klassieke werk gaat nu een biografische schets vooraf, die het boek typeert en in zijn tijd plaatst. 'Godsdienst', zegt Otto, 'is de beleving van het mysterie.' Godsdienst is, dat men, levend in de wereld van de tijd, zich voor dit mysterie, dat wil zeggen voor 'het eeuwige', openstelt. Dit is een veel fundamenteler benadering dan die van veelgelezen hedendaagse auteurs als Hendrikse en Kuitert. Voor Otto is het religieuze in eerste instantie niet rationeel: het heilige onttrekt zich aan onze begrippen. Hij verduidelijkt dit door behalve te wijzen op de bijbel te laten zien hoe andere godsdiensten het heilige ervaren en hoe kunsten als poܱzie en muziek zich erdoor laten inspireren. Het is een volstrekt originele benadering van religie, een magistrale belichting van het wezen van godsdienst.

    BeantwoordenVerwijderen